Gerard David

Gerard David is vermoedelijk geboren in Oudewater. Na zijn opleiding in Haarlem vestigt hij zich in 1484 als meester in Brugge. David is de kunstenaar die de 15e eeuw, de eeuw van Jan Van Eyck, zowel technisch als inhoudelijk samenvat en tezelfdertijd al in de 16e eeuw staat. Met het mysticisme, een religieuze voorliefde voor het geheime en het verborgene, en de bijzondere aandacht voor het landschap sluit hij aan bij Geertgen tot Sint-Jans. Daarnaast is Gerard David ontegensprekelijk beïnvloed door zowel de Italiaanse renaissance als door ‘Vlaamse' meesters als Memling en Van Eyck. Gerard David was meebepalend voor de evolutie van het landschapsschilderen dat in het begin van de 16e eeuw onder invloed van Joachim Patinir evolueert tot een op zichzelf staand genre.

Ca. 1455

Gerard David is vermoedelijk rond 1455 geboren in Oudewater nabij Gouda. Zijn geboorteplaats is bekend omdat die op zijn grafsteen in de Brugse Onze-Lieve- Vrouwekerk was vermeld. Zijn graf verdwijnt aan het begin van de 19e eeuw bij restauratiewerken.

Voor 1480

David schildert De geboorte (Metropolitan Museum of Art, The Friedsam Collection, New York) waarschijnlijk voor hij zich in Brugge vestigt. De compositie en de alledaagse, eenvoudige personages vertonen invloeden van Geertgen tot Sint-Jans en Dieric Bouts.

Voor 1484

Het KMSKA in Antwerpen is in het bezit van twee zijluiken (Heilige Vrouwen, Joodse rechters en Romeinse soldaten) die een triptiek vormden met Christus aan het kruis genageld uit de collectie van de National Gallery in Londen.

1484

Gerard David wordt op 14 januari vrijmeester-schilder in het ambacht van de beeldenmakers en de zadelmakers in Brugge. Statutair gezien moet Gerard David op dat moment minstens 25 jaar oud zijn. Dit is het eerste gedocumenteerde spoor van zijn loopbaan.

1485

David schildert Portret van Christus (Metropolitan Museum of Art, Robert Lehmann Collection, New York). Dit kleine werkje toont een zeer menselijke Christus. Oorspronkelijk was het een illustratie in een getijdenboek. Het thema komt vaak voor in Brugse getijdenboeken uit de late 15e en vroege 16e eeuw.

1485 - 1490

David schildert Johannes de Doper en De Heilige Franciscus ontvangt de Stigmata (Metropolitan Museum of Art, The Friedsam Collection, New York). Het zijn de zijluiken van een triptiek waarvan het middenluik waarschijnlijk een kruisiging of bewening voorstelde. De combinatie van beide heiligen is ongewoon in de Nederlanden. Deze beide vroege panelen tonen duidelijk de invloed van het Lam Gods van de Van Eycks.

1488

David wordt in februari verkozen tot tweede vinder (bestuurslid en assistent van de deken) van het ambacht. Het is zijn eerste officiële functie.

1494

David neemt bij de dood van Hans Memling zijn intrek in een huis in een kunstenaarsbuurt bij de Vlamingbrug, waar onder anderen Memling gewoond had. Het huis blijft in zijn bezit tot zijn dood in 1523. Hij betaalt poortersrente (een supplement op de verkoopprijs) aan het hospitaal van Onze-Lieve-Vrouw ter Potterie. Tussen 1494 en 1510 deelt hij zijn huis met een zekere Antheunis Huyghe.

1495

Gerard David wordt op 2 september verkozen tot eerste vinder van het ambacht.

Ca. 1495

David schildert De Geboorte (Kunsthistorisches Museum, Wenen) als een nachtelijk tafereel.

1495 - 1500

David realiseert De Kruisiging (Metropolitan Museum of Art, Rogers Fund, New York) Het werk getuigt van zijn aandacht voor het landschap en was bedoeld voor privé- devotie. Het vertoont invloed van Memling.

1498 - 1499

De stad Brugge betaalt David voor de voltooiing van een werk voor de Schepenkamer in het stadhuis: 'grooter taeffele van pointrature, ghestelt int Scepenen camere'. Het gaat hier om de twee grote panelen met het Oordeel van Cambyses uit 1498 (Groeningemuseum Brugge). Het was de Britse archivaris James Weale (1832-1917) die de betreffende archiefdocumenten koppelde aan deze twee bewaard gebleven panelen. Op die manier haalde Weale het werk van David uit de vergetelheid. De afbetaling vindt plaats nadat de stadsmagistraat het oordeel van 4 personen heeft gevraagd, onder wie thesaurier Jan de Trompes. De Trompes bestelt in 1502 bij David een drieluik met centraal De Doop van Christus (Groeningemuseum, Brugge).

1499

Gerard David is nogmaals eerste vinder van het ambacht.

1500 - 1505

David schildert de Transfiguratie (Onthaalkerk Onze-Lieve-Vrouw, Brugge). Het werk zal worden uitgebreid met zijluiken van de hand van Pieter Pourbus.

1501

Gerard David wordt op 12 oktober benoemd tot deken van het ambacht.

Na 1501

David schildert Bernardinus de Salviatis met de HH. Bernardinus, Martinus en Donaas voor de Sint-Donaaskerk in Brugge (National Gallery, Londen) waar de Salviatis kanunnik was. Dit werk was het linkerluik van een diptiek. Het rechterluik is De kruisiging in de Gemäldegalerie in Berlijn.

1501 - 1511

David schildert het Mystiek Huwelijk van de Heilige Katharina (National Gallery, Londen).

1502 - 1508

David realiseert in opdracht van stadsthesaurier Jan de Trompes de triptiek met De Doop van Christus (Groeningemuseum, Brugge). Op de zijluiken staat de opdrachtgever met zijn eerste vrouw en hun kinderen afgebeeld in het gezelschap van hun patroonheiligen. Op de buitenluiken staat zijn tweede echtgenote met hun dochtertje afgebeeld, ook vergezeld van haar patroonheilige. De gedetailleerde weergave van de natuur is uiterst belangrijk voor de ontwikkeling van het landschap als zelfstandig genre.

1503 - 1514

Er treden in deze periode onregelmatigheden op in de betaling van de rente voor zijn huis aan de Vlamingbrug. Dit versterkt het vermoeden dat David gedurende langere tijd buiten Brugge actief was.

1505

David realiseert twee zijluiken met De Annunciatie (buitenzijde) (Metropolitan Museum of Art, Robert Lehmann Collection, New York), en taferelen uit de Passie van Christus (binnenzijde) (Metropolitan Museum of Art, Robert Lehmann Collection, New York). Het was opnieuw de Britse archivaris James Weale die de zijluiken voor het eerst aan Gerard David toeschreef. De datering is gebaseerd op vergelijkend onderzoek met de ondertekening van De Doop van Christus (Groeningmuseum, Brugge). Algemeen wordt aanvaard dat het middenluik De Bewening is die zich nu in het Philadelphia Museum of Art (Johnson Collection) bevindt.

1506

David staat op het toppunt van zijn carrière. Zijn welwillende houding tegenover de wensen van zijn cliënteel bezorgt hem veel opdrachten van Italiaanse diplomaten, bankiers en handelaars. 7 september 1506 is de vermoedelijke datum van de opdracht voor het monumentale Cervara-altaarstuk voor een Benedictijnenabdij nabij Genua. (ontmanteld en verspreid toen het klooster in 1799 werd afgeschaft) Opdrachtgever is Vincenzo Sauli, bankier en diplomaat uit een welgestelde Genuese familie. Er wordt aangenomen dat David een tweetal korte reizen naar Genua maakte om de situatie ter plaatse op te meten. Het veelluik met 7 panelen kwam in Brugge tot stand en is een van de sterkste werken in het oeuvre van de kunstenaar.

1507

Gerard David wordt op 14 augustus, zonder betaling van het lidgeld, lid van de prestigieuze Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van de Droghen Boom, waarschijnlijk evenzeer in de hoop op opdrachten als voor zijn zielenheil. Het feit dat hij wordt aanvaard, wijst op zijn hoge sociale status.

1509

David schildert Virgo inter Virgines, een groot altaarstuk op paneel. Het vertoont Italiaanse invloeden, naast invloed van Van Eyck en Memling. De kunstenaar en zijn vrouw, de gefortuneerde Cornelia Cnoop, dochter van een goudsmid, staan er heraldisch correct als echtgenoten op afgebeeld. David moet dus vóór 1509 in het huwelijk getreden zijn. Hij schenkt het werk aan de zusters Karmelietessen van het klooster van Sion in Brugge. Het wordt op het hoogaltaar opgesteld. Het paneel wordt vermeld in een inventaris van het klooster uit 1537 (het bevindt zich op dat moment nog steeds op het hoogaltaar) en in een brief uit 1771 van de hand van de lector van het klooster. In die brief is sprake van nog een ander werk van David waarop hij de familie van de schenker heeft afgebeeld. Virgo inter Virgines is zijn enige gedocumenteerde werk en het enige dat met 100 procent zekerheid aan David kan worden toegeschreven. Het werd tijdens het Franse bewind weggehaald en bevindt zich nu in Rouen. (Musée des Beaux-Arts, Rouen)

1510 - 1515

David schildert Rust op de Vlucht naar Egypte (Metropolitan Museum of Art, The Jules Bache Collection, New York). Het is een baanbrekend werk waarin hij onder meer het sfumato, of het schilderkunstige effect van vervagende en in elkaar vloeiende omtrekken, integreert.
David schildert de Geboorte-triptiek (Metropolitan Museum of Art, The Jules Bache Collection, New York). De buitenluiken (Mauritshuis, Den Haag) tonen iets totaal nieuws: een stukje bos zonder mensen. David realiseert de Madonna met de paplepel (Aurora Trust, New York en Palazzo Bianco, Genua). Met dit werk en thema's als de ‘Rust op de Vlucht naar Egypte' speelt David in op de wensen van een publiek dat meer oog krijgt voor de context, dan voor het religieuze thema.
David schildert Moeder met Kind en vier engelen (Metropolitan Museum of Art, Charles B. Wrightsman, New York). Opmerkelijk is de voorstelling van Maria in een Brugse omgeving, met de Sint-Jacobskerk, de Onze-Lieve-Vrouwekerk en een verwijzing naar het klooster van de Kartuizers op de achtergrond. Inspiratiebron voor dit werk was de Madonna bij de fontein (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen) van Jan van Eyck.

1515

Vermoedelijke ontstaansdatum van de Aanbidding der Koningen (National Gallery, Londen) en van het Portret van een Broeder Augustijn in gebed (National Gallery, Londen), die tegen een Brugs stadsgezicht is afgebeeld. Dit werk was waarschijnlijk het rechterluik van een diptiek of triptiek.
David wordt tegelijk met Joachim Patinir lid van het Antwerpse Sint-Lucasgilde. Zijn beweegredenen zijn puur commercieel: op die manier is hij zowel op de Brugse als op de stilaan nog belangrijker wordende Antwerpse kunstmarkt present. Het is evenwel onwaarschijnlijk dat hij ook in Antwerpen een atelier runt.

1519 - 1520

Gerard David vecht voor de rechtbank een geschil uit met de schilder Ambrosius Benson uit Lombardije die als medewerker bij hem had ingewoond. David wordt in het ongelijk gesteld maar hij legt het vonnis naast zich neer. Op verzoek van Benson wordt David in januari 1520 gevangengezet.

1520

De familie van opdrachtgever Jan de Trompes schenkt het drieluik met de Doop van Christus aan een meer publiek toegankelijke kapel in de Sint-Basiliuskerk (Heilige Bloedkapel) in Brugge.
Gerard David en zijn schoonvader vechten voor de rechtbank een geschil uit met de architect die verbouwingen aan het huis van de schoonvader heeft uitgevoerd. Datzelfde jaar is hij verwikkeld in nog een andere rechtszaak, en krijgt hij een zware boete opgelegd.

1522

Uit archiefdocumenten blijkt dat Gerard David ook een huis aan de Dijver bezit en mogelijk zelfs bewoont. Dat kan de verklaring zijn voor het feit dat David in de Onze- Lieve-Vrouwekerk begraven is.

1523

Gerard David vereffent kort voor zijn dood met de zusters Karmelietessen van Sion in juni nog een oude schuld. Hij overlijdt op 13 augustus in Brugge. Zijn vrouw betaalt zijn doodschuld niet aan het gilde van de beeldenmakers maar aan dat van de librariërs (boekverluchters). In kunsthistorische kringen groeide daarom recentelijk eensgezindheid over het gegeven dat David al vroeg in zijn loopbaan ook als miniaturist gewerkt moet hebben.
Gerard David wordt begraven onder de toren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Hij laat een minderjarige dochter, Barbara, achter.

1524

"Meester Gheeraert David Scildere" wordt ingeschreven in het overlijdensregister van het ambacht der beeldenmakers en zadelmakers van Brugge.

Mieke Parez

QT Kunstwerken referenties

  • Doopsel van Christus - Gerard David - 1502 - 1508
  • Oordeel van Cambyses - Gerard David - 1498
Doopsel van Christus - Gerard David - 1502 - 1508
1502 - 1508
olieverf op paneel
Oordeel van Cambyses - Gerard David - 1498
1498
olieverf op paneel