Restauratie ‘Christus met zingende en musicerende engelen‘

Hans Memling, Christus met zingende en musicerende engelen (na restauratie), KMSKA, Lukas - Art in Flanders, Rik Klein Gotink.

Recent is de restauratie van Hans Memlings Christus met zingende en musicerende engelen uit de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA) voltooid. Na zestien jaar geduldig conserveren, restaureren en onderzoeken zijn de drie monumentale panelen klaar om te schitteren bij de heropening van het KMSKA in 2019.

Korte historiek

Tussen 1465 en 1494, het jaar waarin hij stierf, had Hans Memling (ca. 1435 - 1494) een atelier in Brugge. De schilder beleefde vanaf 1479, het jaar waarin hij onder andere het Johannesaltaarstuk afwerkte, zijn topjaren. In 1480 nam hij Hannekin Verhanneman aan als leerling en enkele jaren later kwam daar ook Passchier van der Meersch bij. Het zijn de enige assistenten die bij naam gekend zijn. Rond 1480 koopt Memling het grootste van de twee huizen die hij reeds betrok in Brugge. Het gaat hem artistiek en financieel voor de wind. Hij is een druk gesolliciteerd kunstenaar en behoort tot de 10 procent rijkste burgers van Brugge.

Recent archiefonderzoek door het Studiecentrum Vlaamse Primitieven van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) heeft nieuwe gegevens opgeleverd over de opdracht (circa 1480-1490) van het monumentale altaarstuk voor de kloosterkerk van de benedictijnenabdij Santa María La Real in Nájera, in het noorden van Spanje. Het enige wat is overgeleverd zijn de drie panelen met Christus met zingende en musicerende engelen uit de collectie van het KMSKA. Zij vormden waarschijnlijk het bovenregister van een groot veelluik, of Retablo Mayor zoals men het ter plaatse noemde, dat gewijd was aan de Tenhemelopneming van Maria. De levensgrote Tenhemelopneming werd geflankeerd door heiligen, apostelen en martelaren. Onderaan waren mogelijk nog een predella en twee reliekschrijnen aanwezig. De Antwerpse panelen meten samen 6,75 meter in de breedte, wat zelfs beduidend breder is dan het Lam Gods (1432) van de Gebroeders Van Eyck. De drie panelen werden in 1895 aangekocht door het KMSKA. In 2009 werden de Antwerpse panelen opgenomen op de lijst van het Topstukkendecreet.

Iconografie

Hans Memling, Christus met zingende en musicerende engelen (na restauratie), KMSKA, Lukas - Art in Flanders, Rik Klein Gotink.

Asgrauwe onweerswolken wijken voor een doorlopende fries met een concert van zestien engelen. Tegen een vergulde achtergrond staat centraal een zegenende en gekroonde Christus als Salvator Mundi met een glazen bol met een kruis dat gereflecteerd wordt in de bol. Het is de verzinnebeelding van de wereld die door het kruis verlost is. Agyos o Theos, of heilige God, staat op de halszoom van zijn uitvoerig versierde albe. Links en rechts van Christus zingen telkens drie engelen uit een liedboek. Anders dan bij de zingende engelen in het Lam Gods is hun blik onverstoord. Doen de zangers bij de Van Eycks hun best om een bepaalde toonhoogte te halen, dan zijn Memlings vocalisten uiterst sereen. Aangezien het om eerder kleine liedboeken gaat, brengen ze waarschijnlijk gregoriaanse en geen polyfonische muziek.

Op de twee zijpanelen begeleiden engelen in liturgische gewaden de zangstonde met een verscheiden instrumentarium: snaarinstrumenten zoals de luit, de langwerpige tromba marina, het psalterium, de harp en de vedel; blaasinstrumenten zoals verschillende soorten trompetten en de schalmei; en een draagbaar orgel. Hoewel het realistisch ogende instrumenten zijn die tot in de details zijn uitgewerkt en die over het algemeen op geloofwaardige wijze gemanipuleerd worden, zien specialisten sommige onvolkomenheden.

Uitvoering

Hans Memling, Christus met zingende en musicerende engelen (voor en na restauratie), KMSKA, Lukas - Art in Flanders, Rik Klein Gotink.

In de gronderingslaag, de voorbereidende laag die op het paneel wordt aangebracht, werden zowel krijt als gips gevonden, terwijl Memling in de regel een grondering op basis van krijt gebruikte. Omdat gips een materiaal is dat niet in het Noorden, maar wel in het Zuiden gebruikt werd, rees de vraag of het retabel in Spanje zou gemaakt zijn. Het bewijsmateriaal is evenwel niet doorslaggevend. Het veelluik kan evengoed in het Brugse atelier ontstaan zijn.

Uit de ondertekening blijkt dat de compositie uitgebreid voorbereid is in Memlings snelle, vrije manier van werken. Die schetsachtige manier van ondertekenen is typisch voor de latere Memling. Tijdens het onderzoek werden lettercombinaties in de ondertekening teruggevonden. Ze duiden waarschijnlijk de gewenste kleur aan.

Sommige partijen, onder andere in het rechterpaneel, zijn door een iets minder vaardige hand geschilderd. De precieze rolverdeling blijft voer voor discussie. Bij de kunstproductie uit de Bourgondische Nederlanden moet men het aandeel van het atelier voor ogen houden. Een altaarstuk is de vrucht van collectieve arbeid binnen een afgelijnd stilistisch spectrum. Een Memling moest altijd herkenbaar zijn als een Memling, maar kon altijd subtiel afwijken. Memling was een meester in de rationalisatie van zijn werk, waarbij hij volgens een geijkt schema werkte en spaarzaam was met zijn tijd. De verfopbouw bestaat voornamelijk uit twee en soms drie lagen. Men vond weinig pentimenti, of correcties die tijdens het schilderproces werden aangebracht. De pigmenten die werden gebruikt zijn standaard voor de vijftiende eeuw.

Onderzoek, conservatie en restauratie

© Universiteit Antwerpen, Jesse Willems

De restauratie ging in 2001 van start, maar is niet ononderbroken aangehouden tot 2017. Tijdens die zestien jaar is er veel veranderd. Het oorspronkelijke restauratieteam geleid door Lizet Klaassen dunde uit, het KMSKA ging dicht en alle werken verhuisden naar een extern depot. Tussendoor werkten de restauratoren ook aan andere restauratieprojecten. Dat de restauratie zo lang duurde heeft vooral te maken met de enorme oppervlakte van de panelen en de complexiteit van de behandeling.

Omwille van de niet-gerestaureerde toestand met vergeelde vernis en verdonkerde retouches zijn de panelen nooit echt naar waarde geschat. Na zestien jaar restaureren is aan dat euvel verholpen en valt het op dat de schildering, zeker voor zo'n groot werk, zeer zorgvuldig is uitgevoerd.

Tijdens de campagne werd gestart met een uitgebreid vooronderzoek. De schilderijen werden bestudeerd en gedocumenteerd in normaal licht maar ook in röntgen-, infrarood- en ultravioletstraling. Röntgen- en infraroodstraling dringen door de verflagen en geven informatie prijs die niet met het blote oog kan verkregen worden. Wetenschappelijk onderzoek werd uitgevoerd door de Universiteiten van Antwerpen en Hamburg, het Europese mobiel laboratorium MOLAB en INOA (Istituto Nazionale de Ottica Applicata-CNR), de National Gallery in Londen en het Studiecentrum Vlaamse Primitieven van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium. Tegelijkertijd werd het restauratieteam bijgestaan door een internationale begeleidingscommissie.

Na het vooronderzoek werkte men aan de fixatie van de verflagen, omdat opstuwing afbladderen tot gevolg kon hebben. De parkettering, een versteviging door houten latten aan de achterkant, werd door een specialist onder handen genomen. Een schilderpaneel reageert op atmosferische condities, het krimpt of het zet uit. Parkettering, een verouderde techniek, kan dat verhinderen en nare gevolgen voor de verflaag hebben. Oude, verkleurde vernis en oude retouches werden weggehaald met solventen. Een zoutkorst van calciumoxalaat maakte delen van de compositie onleesbaar. Solventen waren ontoereikend bij het weghalen van de korst, die mechanisch (met scalpel en microscoop) verwijderd moest worden. De lacunes, of beschadigingen aan de verflaag, die daarna kwamen bloot te liggen werden opgevuld en geretoucheerd. Daarna werd een dunne vernislaag aangebracht. Een laatste vernislaag volgde in februari 2017.

(20 maart 2017)