Melchior Broederlam

Melchior Broederlam is de belangrijkste Vlaamse schilder van de generatie voor Jan van Eyck. In zijn beginjaren treedt hij in dienst bij Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen. Daarna werkt hij als hofschilder en valet de chambre voor Filips de Stoute, hertog van Bourgondië.

Voor het karthuizerklooster in Champmol nabij Dijon realiseert hij in samenwerking met de beeldsnijder Jacob de Baerze uit Dendermonde twee retabels: het Kruisigingsretabel en het Retabel van Heiligen en Martelaren (Dijon, Musée des Beaux-Arts). Bij dit ambitieuze project is de hertog persoonlijk betrokken. Broederlam, die zijn atelier in Ieper heeft, krijgt de opdracht om de gesneden beeldengroepen van de binnenzijden te polychromeren, de lijsten te vergulden en de buitenluiken met taferelen te beschilderen.

Enkel de twee beschilderde buitenluiken van het Kruisigingsretabel hebben de tand des tijds overleefd, terwijl die van het Retabel van de Heiligen en Martelaren verloren zijn gegaan. Ze gelden als schoolvoorbeeld voor wat men de pre-Eyckiaanse schilderkunst noemt. Het linkerluik van het Kruisigingsretabel stelt de Annunciatie en de Visitatie voor, het rechterluik de Opdracht in de Tempel en de Vlucht naar Egypte.

Broederlman is deels schatplichtig aan de gangbare traditie maar onderscheidt zich als een vernieuwend artiest. In de Bijbelse taferelen gebaseerd op traditionele modellen weet hij een menselijke dimensie aan enkele figuren te geven, zowel in hun fysionomie als in hun handelingen. In de Opdracht in de Tempel, dat een conventioneel beeldschema volgt, schenkt hij aandacht aan het oogcontact tussen moeder en Kind. Het kindje zit op het altaar en omklemt een baardlok van de hogepriester Simeon in zijn vuistje. De Vlucht naar Egypte is een bijzonder originele voorstelling. Het thema krijgt een volkse inslag met de figuur van de drinkende Jozef. Met de drinkbus aan de mond leidt hij de ezel met Maria en het Kind voort en loodst hen langs kronkelige paden door een onherbergzaam landschap. Het tafereel krijgt een natuurlijk uitzicht met zandheuvels, rotsformaties, dwergbomen en rijke flora.

Een traditioneel gegeven in het werk van Broederlam is het rijkelijke gebruik van bladgoud. Niet alleen de luchtpartijen maar ook talrijke details op kledij en stoffen worden in goud uitgevoerd. Om het optisch effect van het edelmetaal te verhogen worden decoratieve patronen in ponswerk op de achtergrond aangebracht waarvoor ponsoenen van verschillende diktes gehanteerd worden. De accurate manier waarmee de kunstenaar de textuur van kostbare goudbrokaatstoffen weet weer te geven, getuigen van een hoogstaand technisch kunnen. Het bladgoud wordt fijn beschilderd en bewerkt met pons- en graveerinstrumenten. De vergulde lijsten dragen de letters f en m, de initialen van de voornamen van de opdrachtgever Philippe (Filips de Stoute) en zijn echtgenote Margareta van Male.

Broederlam is een vooraanstaand schilder die zoals andere schilders uit zijn tijd een polyvalent artiest is. Uit archiefdocumenten weten we dat hij ook heraldisch schilderwerk heeft uitgevoerd, aan muurschilderingen gewerkt heeft, glasramen en tegeldecoraties ontworpen en hertogelijke portretten geschilderd heeft. Bourgondische rekeningen met betalingen aan de Baerze en Broederlam in het bijzonder, geven menig detail over de bestelling van de twee retabels voor het karthuizerklooster van Champmol. Hiervoor wordt er naar bestaande modellen in Vlaanderen verwezen die, thans verloren, de altaren sierden in de Onze-Lieve-Vrouwkerk te Dendermonde en de abdij van de Bijloke te Gent. De twee immense altaarstukken voor de karthuis reizen met paard en kar van en naar Dijon.

?

Geboortedatum en -plaats (Ieper ?) van Melchior Broederlam zijn onbekend.

1381

Vanaf dit jaar is Melchior Broederlam de officiële schilder van Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen.

1384

Broederlam wordt hofschilder en valet de chambre van Filips de Stoute, hertog van Bourgondië.

1386

De schilder krijgt de opdracht om de praalwagen van Margareta van Male, dochter van Lodewijk van Male, te beschilderen.

Tussen 1389 en 1392

Hij brengt muurschilderingen aan in het kasteel van Hesdin.

25 mei 1390

Jacob de Baerze, beeldsnijder uit Dendermonde, krijgt een voorschot voor de aankoop van het nodige materiaal voor de vervaardiging van twee grote retabels in opdracht van de Filips de Stoute, die bestemd zijn voor de karthuis van Champmol.

Augustus 1391

Betaling voor het transport van de twee nog onafgewerkte retabels van Dendermonde naar Champmol. Daar kunnen de hertog en zijn raadgevers ze beoordelen alvorens ze verder te laten afwerken.

Februari 1393

Betaling voor het transport van de twee retabels van Dijon naar Ieper om ze daar in het atelier van Melchior Broederlam te laten polychromeren, vergulden en de luiken van schilderijen te voorzien.

1394

Broederlam krijgt een som geld voor de aankoop van pigmenten en bladgoud.

1398

In de zomer is Broederlam klaar met de opdracht. De schilder staat ook in voor de verpakking en de verzending van de imposante altaarstukken die op karren gespannen richting Dijon reizen. Hij koopt daarvoor het nodige materiaal (leder, hout, ijzerwerk, loden nagels, enz.) aan.

14 augustus 1399

Een commissie die bestaat uit een officiële vertegenwoordiger en een penningmeester, de beeldhouwer Claus Sluter, de edelsmid Hannequin de Haacht en de schilder Jan Maelwael, neemt de retabels in ontvangst en keurt de werken.

12 september 1399

De hertog is uiterst tevreden met het werk van de schilder. Broederlam krijgt van hem een grote som uitbetaald voor bewezen diensten.

1399

Betalingen refereren aan metselwerk met het oog op de plaatsing van de retabels. Er wordt dat jaar ook linnen besteld dat bestemd is om de houten achterkant van de altaarstukken af te dekken als bescherming tegen opstijgend vocht van de muren.

Men is heden van mening dat het Kruisigingsretabel en het Retabel van Heiligen en Martelaren respectievelijk bestemd waren voor de kapel van de Hertog van Berry in de kerk enerzijds en voor de kapittelzaal anderzijds.

1403

Er volgt een laatste betaling aan Melchior Broederlam in verband met de retabels.

Na 1404

Na de dood van Filips de Stoute blijft Broederlam nog enkele jaren als hofschilder actief bij diens opvolger Jan zonder Vrees.

1406

Broederlam wordt betaald om de portretten van het overleden hertogelijk paar, Filips de Stoute en Margareta van Male, op de muren van de hertogelijke kapel in de Onze-Lieve-Vrouwkerk te Kortrijk te schilderen.

1409

Laatste vermelding van de schilder in archiefdocumenten. Waarschijnlijk is hij daarna nog enkele jaren actief.

Dominique Deneffe

Melchior Broederlam, Kruisigingsretabel, Musée des Beaux-Arts, Dijon.

Melchior Broederlam, Kruisigingsretabel, Musée des Beaux-Arts, Dijon.