Groeningemuseum koopt De mis van de Heilige Gregorius

Anoniem, De mis van de Heilige Gregorius (detail), Groeningemuseum, Brugge.
Anoniem, De mis van de Heilige Gregorius (detail), Groeningemuseum, Brugge.

Het Groeningemuseum kocht onlangs het laatmiddeleeuwse schilderij De mis van de Heilige Gregorius. Dit intrigerende onderwerp werd populair in de kunst van de renaissance in het noorden gedurende de vijftiende en vroege zestiende eeuw, toen controverse ontstond rond de transsubstantiatie, of het brood en de wijn die tijdens de eucharistie ‘veranderen' in het lichaam en bloed van Christus. De controverse rond dit dogma ontstond tijdens de kerkelijke concilies en de opkomende reformatorische bewegingen.

In de dertiende-eeuwse Legenda Aurea staat te lezen dat paus Gregorius de Grote twijfelde aan de transsubstantiatie totdat Christus op het altaar verscheen terwijl hij de mis opdroeg en zijn stigmata toonde.

Tijdens de middeleeuwen dook het onderwerp op in verschillende media, zoals in muur- en paneelschilderkunst en verluchte handschriften. Christus werd hierin vaak als Man van smarten opgevoerd.

Eén van de oudste voorstellingen in de Lage Landen is een verloren gegane De mis van de Heilige Gregorius van de Meester van Flémalle (Robert Campin) uit Doornik. Een kopie wordt bewaard in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel.

De Duitse etser Israhel van Meckenem (1440/1445 - 1503) baseerde zich op verschillende Nederlandse prototypes voor zijn invloedrijke prent De mis van de Heilige Gregorius. Van Meckenem plaatste het altaar in een gotisch kerkinterieur waarbij Christus wordt omgeven door de Passiewerktuigen (arma Christi).

Ook in het paneel van het Groeningemuseum zijn de Passiewerktuigen prominent uitgestald in de achtergrond, maar Christus staat op het altaar voor een retabel, terwijl hij in de prent uit een sarcofaag opstaat geplaatst bovenop het altaar.

Het altaarstuk in het schilderij toont aan hoe verschillende panelen aanwezig in de collectie van het Groeningemuseum opgesteld werden in kerken tijdens de late middeleeuwen. Of het om een geschilderd, gesneden of zelfs geborduurd altaarstuk gaat is niet zeker.

Het schilderij behoorde voordien tot de collectie van Marqués de Conquistas in Madrid. Gewoonlijk wordt het beschouwd als het werk van een schilder van Spaans-Vlaamse origine. Opmerkelijk zijn de kwaliteit van de uitvoering, het lichtgebruik en de verfijnde weergave van de kostbare gewaden.

Er bestaan verschillende versies van dit werk. Kunsthistoricus Didier Martens toonde enkele jaren geleden aan dat ze afkomstig zijn van Brusselse schilderateliers van rond 1500. De versie in het Musée Cluny in Parijs lijkt heel erg op het Brugse paneel. Het Vlaams onderzoekscentrum voor de kunst in de Bourgondische Nederlanden zal het werk de komende maanden aan een technisch onderzoek onderwerpen. De resultaten zullen ongetwijfeld licht werpen op de ontstaansgeschiedenis. De Musea Brugge zijn nu al trots op het feit dat ze nogmaals een Vlaamse primitief konden toevoegen aan de collectie.

Groeningemuseum Brugge

(Nieuwsbericht 20 januari 2017)