Expo Vorstelijk Verzameld

De Gemäldegalerie van het Kunsthistorisches Museum in Wenen bezit één van de belangrijkste collecties oude meesters ter wereld. Binnen de collectie, is de kunst uit de Zuidelijke Nederlanden van de 15e tot de 17e eeuw één van de zwaartepunten. Daarvan worden 54 topstukken in het kader van de tentoonstelling Vorstelijk Verzameld uitgeleend aan het Groeningemuseum. Het gaat om werken die het Kunsthistorisches Museum zelden verlaten.

De kunstwerken werden door de eeuwen heen verzameld door de aartshertogen van Oostenrijk en de latere keizers van het Heilig Roomse Rijk. De vorsten hadden stuk voor stuk een neus voor kunst en een voorkeur voor de vroege Nederlanders. De collectie die zij door de eeuwen heen verzamelden omvatten onder andere werken van Jan van Eyck, Hugo van der Goes, Hans Memling, Gerard David, Michiel Sittow, Juan de Flandes, Jan Gossart, Joos van Cleve, Joachim Patinir, Jheronimus Bosch en Pieter Bruegel de Oude. In de 18e eeuw werden de verzamelingen samengevoegd en zo ontstond de collectie van de Weense Gemäldegalerie.

De meeste van de genoemde kunstenaars hebben een nauwe band met Brugge en zijn vertegenwoordigd in de collectie van het Groeningemuseum. Toch vormen de bruiklenen uit het Kunsthistorisches Museum een belangrijke versterking van de Groeningecollectie. Allereerst zijn er de portretten. Uitzonderlijk wordt het Portret van de goudsmid Jan de Leeuw van Jan van Eyck in Brugge getoond en vormt zodoende een interessante aanvulling op het Portret van Margaretha van Eyck en Madonna met kanunnik Joris van der Paele (Groeningemuseum, Brugge). Een tweede portret van de hand van Gerard David toont eveneens een goudsmid en is één van de twee resterende portretten die aan Gerard David worden toegeschreven. Naast de monumentale werken van David die permanent in het Groeningemuseum worden getoond, biedt dit een interessante en verrassende inkijk in Davids kunst. Daarnaast worden ook portretten van Jan Sanders van Hemessen, Jan Sittow, Frans Pourbus de Oude en Adriaen Thomasz Key getoond.

Een andere bekende Vlaamse primitief die vertegenwoordigd zal zijn is Hugo van der Goes. Het Tweeluik met de zondeval en bewening is één van de kernstukken uit zijn oeuvre. Het diptiek, dat voor privédevotie is gemaakt, toont Van der Goes' kunnen. Het werk kenmerkt zich door een grote verfijndheid. In het linkerluik is dit te herkennen in de nauwkeurige uitwerking van de bomen en planten, in het rechterluik door de krachtige emoties die gepaard gaan met de bewening van Jezus' dode lichaam.

Van een andere aard zijn de zogenaamde ‘keukenstukken' van Pieter Aertsen, Maerten van Cleve en Joachim Bueckelaer. In dit type kunstwerk wordt op de voorgrond allerlei eten in een keukeninterieur getoond en is op de achtergrond vaak een moraliserend thema afgebeeld. Dit genre was erg populair in het Antwerpen van de 16e eeuw, maar was ongekend in Brugge. Het werd gekocht door de zelfbewuste en rijke burgerij en is een kenmerkend voorbeeld van de specialisatie die er in de kunst vanaf de 16de eeuw optrad.

Een ander voorbeeld van specialisatie is de landschapschilderkunst. Een selectie van landschapschilderijen toont hoe dit genre zich in de 16e eeuw ontwikkelt tot een zelfstandig genre. De reeks die start met Joachim Patinirs Het wonder van de heilige Catharina en eindigt met werk van David Vinckboons en een monumentaal werk van Joos de Momper toont de verschillende facetten van dit genre. Een absoluut hoogtepunt binnen deze reeks en binnen de tentoonstelling is de Zelfmoord van Saul van Pieter Bruegel de Oude. Het schilderij toont een prachtige vallei, gezien vanaf een bergtop, waarin twee vijandige legers op de flanken van de heuvels elkaar treffen. Het is geschilderd in een minutieuze stijl die doet denken aan de miniatuurkunst. Het toont de finesses van Pieter Bruegels kunst.

Wanneer: 5/10 - 15/01/2012
Waar: Groeningemuseum Brugge
Meer info: Website