Expo De erfenis van Rogier van der Weyden

Vanaf 12 oktober kan u in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België in Brussel terecht voor een tentoonstelling gewijd aan de schilderkunst in Brussel in de periode na het overlijden van Rogier van der Weyden in 1464 en de opkomst van het vernieuwende werk van Bernard van Orley (circa 1492-1541/42).

Wie de schilders van de vele kunstwerken uit die tijd waren, is moeilijk te bepalen. Enkele voorbeelden: Colyn de Coter is de enige Brusselse schilder van wie er nog gesigneerd werk bewaard is. Dankzij een document weten we dat Aert van den Bossche in opdracht van het Brusselse schoenmakersgilde een triptiek schilderde voor de Sint-Nicolaaskerk. Pieter van der Weyden, die het beroemde atelier van zijn vader Rogier erfde, wordt vernoemd in verschillende documenten, maar geen enkel schilderij kan met zekerheid aan hem worden toegeschreven.

Tegelijkertijd zijn er ongesigneerde en niet-gedocumenteerde schilderijen die getuigen van een sterke invloed van Rogier van der Weyden, of andere die een inscriptie "te Bruesele" (made in Brussels) dragen en nog andere waarop een Brussels monument, zoals de Sint-Goedelekathedraal, is afgebeeld. Deze schilderijen worden toegeschreven aan meesters met noodnamen: De Meester van het gezicht op Sint-Goedele, de Meester van de vorstenportretten, de Meester van het leven van Jozef (ook wel de Meester van de Abdij van Affligem genoemd), de Meester van Orsoy, de Meester van de Sint-Barbaralegende, de Meester van de Sint-Catharinalegende, de Meester van de Verlossing van het Prado (zogenaamd Vrancke van der Stockt) en de Meester van het geborduurde loof. Deze schilders stonden nooit hoog aangeschreven in de kunstgeschiedenis, net zoals hun tijdgenoten in Brugge worden zij bestempeld als "kleine meesters".

Het onderzoeksproject

De erfenis van Rogier van der Weyden steunt op het vierjarig onderzoek van Griet Steyaert, doctor in de kunstgeschiedenis en gespecialiseerd in de navolgers van Rogier van der Weyden. Steyaert is de auteur van een thesis over de meester van de Sint-Catharinalegende en is ook restaurator en specifiek gekwalificeerd voor het technisch onderzoek van schilderijen. Recent restaureerde ze de Zeven Sacramenten (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen) van Rogier van der Weyden.

Naast de meester van de Sint-Catharinalegende werden twee andere Brusselse meesters reeds diepgaand onderzocht: Colyn de Coter en de Meester van het geborduurde loof. De andere artistieke personaliteiten zijn minder goed gekend. Sinds de tentoonstelling van 1953 in het Stedelijk Museum van Brussel werd de Brusselse schilderschool van het einde van de 15e eeuw als geheel niet meer aan een uitgebreid onderzoek onderworpen. De meeste onderzoeken concentreerden zich op de toeschrijvingsproblematiek. Stilistisch werden de schilderijen altijd afgewogen tegen het werk van van der Weyden. Het narratieve aspect en de voorkeur voor decoratieve ornamenten werden beklemtoond en weinig aandacht werd geschonken aan de individuele specificiteit van de Brusselse "kleine meesters". In haar onderzoek concentreerde Steyaert zich op vier belangrijke ateliers: dat van de Meester van de Verlossing van het Prado, de Meester van de Sint-Barbaralegende, de Meester van het gezicht op Sint-Goedele en de Meester van het leven van Jozef.

Bruiklenen van de Vlaamse Kunstcollectie

Het Groeningemuseum in Brugge leende voor deze tentoonstelling de volgende werken uit:

Anoniem, Portret van Filips de Goede, Groeningemuseum, Brugge.
Anoniem, Mater Dolorosa en Man van Smarten, Groeningemuseum, Brugge.
Meester van het Geborduurde Loofwerk, Madonna gekroond door engelen, Groeningemuseum, Brugge.
Meester van de Barbaralegende uit de collectie van het Mauritshuis (tijdelijk te gast in het Groeningemuseum in Brugge).

Het Museum voor Schone Kunsten in Gent leende voor deze tentoonstelling het volgende werk uit:

Meester van de Legende van de heilige Magdalena, Maria met kind, Museum voor Schone Kunsten, Gent.

Meer info