Sint-Baafskathedraal Gent

                                                              

De historiek van de Sint-Baafskathedraal is nauw verbonden met de geschiedenis van de stad Gent. De oorspronkelijke Sint-Janskerk, waarvan de vroegste bronnen dateren van de 10e eeuw, was de oudste en belangrijkste kerk in de portus of handelsplaats van Gent. Doorheen de eeuwen kende de site verschillende bouwcampagnes. Zo startte de bouw van de ‘nieuwe' gotische kerk reeds omstreeks 1274, maar volgde de afwerking ervan pas in 1558-1559. Twintig jaar eerder was de Sint-Baafsabdij na de Carolijnse Concessie ontruimd en was het kapittel van de kanunniken overgebracht naar de Sint-Janskerk. Van dan af werd de heilige Bavo de belangrijkste beschermheilige van de kapittelkerk. Toen paus Paulus IV in 1559 een aantal nieuwe bisdommen in de Nederlanden oprichtte, kreeg ook Gent een bisschopszetel en werd de kapittelkerk een kathedraal. Hoewel tijdens de Beeldenstorm tal van kunstschatten verloren gingen, werden een aantal stukken, onder meer het retabel met De aanbidding van het Lam Gods van de gebroeders van Eyck, gevrijwaard. In de 17e en 18e eeuw kreeg het interieur van de kathedraal zijn definitieve vorm. Dynamische bisschoppen zoals Antoon Triest speelden hierin een belangrijke rol. Prachtige voorbeelden van hun mecenaat zijn het altaarstuk Bekering van de heilige Bavo van Peter Paul Rubens uit 1624 en de monumentale rococopreekstoel van Laurent Delvaux uit 1741-1745.


Johan De Smet